WANNEER KRIJGT MIJN BABY HET PRIKJE?

Best minstens 72 uur of drie dagen en hoogstens 96 uur of vier dagen na de geboorte.

Een nog vroeger prikje heeft geen zin. De resultaten van het bloedonderzoek zijn dan immers minder betrouwbaar. Dat kan leiden tot een vals-negatief resultaat (er wordt geen afwijking gevonden, terwijl die er wel is) of een vals-positief resultaat (er wordt een afwijking gevonden, terwijl alles oké is). In het eerste geval maak je je dan nodeloos ongerust. In het twee word je onterecht gerustgesteld.

Later dan 96 uur na de geboorte kan nog wel en is nog altijd zinvol, maar er gaat kostbare tijd verloren. Als je kindje een aangeboren aandoening heeft, moet het immers zo snel mogelijk worden behandeld. Zo worden ernstige complicaties voorkomen.

Het prikje wordt meestal uitgevoerd op de materniteit. Bij poliklinische bevallingen, thuisbevallingen of kort verblijf op de materniteit, zorgt de vroedvrouw of huisarts voor het prikje. Heeft jouw baby geen prikje gehad? Vraag hoe dat zit aan je arts, de vroedkundige die bij je aan huis komt of de verpleegkundige van Kind en Gezin.

Klik voor meer informatie over het bevolkingsonderzoek en de aangeboren aandoeningen.