" De screening van je baby is in goede handen. "
 

Aangeboren aandoeningen

MATERNITEIT 

Bij ontslag krijgt de moeder minstens de volgende zaken mee:
  • Een folder over het Bevolkingsonderzoek Aangeboren Aandoeningen.
  • Een bloedkaartje met de gegevens van de baby en, eventueel, ook die van de moeder, de kinderarts van de materniteit of een arts naar keuze (onder 'behandelende arts')*.
  • Een voorgedrukte envelop van de organisatie met terreinwerking waarnaar het bloedkaartje moet worden gestuurd.

Werkingsgebied

Bij ontslag van moeder en kind zijn er drie mogelijkheden:
  • Een concrete afspraak om het prikje ambulant in het ziekenhuis te laten uitvoeren.
  • Een afspraak met een vroedvrouw of arts regelen of controleren.
  • Uitzonderlijk, als de eerste twee mogelijkheden uitgesloten zijn, een lijst meegeven van vroedvrouwen die de ouders kunnen contacteren om het prikje uit te voeren. Leg uit hoe belangrijk het is dat ze dat meteen doen.
Noteer en bewaar de volgende gegevens:
  • De afspraken voor het prikje die met de moeder zijn gemaakt.
  • De gegevens van de vroedvrouw of arts waarnaar de moeder voor het prikje is doorverwezen;
  • Het nummer van het bloedkaartje dat met de moeder wordt meegegeven. Speel dit nummer zo snel mogelijk, via vermelding op de geboortelijsten, aan de organisatie met terreinwerking door.

Bij weigering van het prikje door de ouders: de materniteit of de vroedvrouw brengen de organisatie met terreinwerking hiervan zo snel mogelijk op de hoogte.

De informatie over de bloedafnames wordt via de geboortelijsten doorgegeven aan de organisatie met terreinwerking.

* Bij een afwijkend resultaat neemt de organisatie met terreinwerking contact op met de kinderarts van de materniteit of, bij een thuisbevalling, de behandelende huisarts of kinderarts.