Mucoviscidose informatie voor professionelen

Prevalentie bij de geboorte

De incidentie van mucoviscidose (CF) in Vlaanderen is ongeveer 1 / 3500 pasgeborenen  .

Verloop van de ziekte

Er zijn verwikkelingen in verschillende organen.

In de luchtwegen treedt er ernstige chronische infectie en inflammatie op van zowel de bovenste als onderste luchtwegen. Dit geeft aanleiding tot hoesten, sputumproductie en kortademigheid  met uiteindelijke evolutie naar respiratoir falen, waarvoor enkel longtransplantatie hulp kan bieden.

Sommige kinderen presenteren zich bij de geboorte met ernstige gastro-intestinale klachten onder de vorm van darmobstructie (Meconium Ileus). Pancreasinsufficiëntie veroorzaakt verteerproblemen met als gevolgen een slechte voedingstoestand, vitaminentekort, kans op darmobstructie en soms ontwikkelen van levercirrhose, waarvoor levertransplantatie het enige redmiddel is.

Door een progressieve aantasting van de alvleesklier treedt vanaf de adolescentie vaak CF-gerelateerde diabetes mellitus op.

Een verhoogd zoutverlies via het zweet verhoogt voor deze patiënten de kans op uitdroging

Het genetisch defect bij patiënten met CF is ook een oorzaak van infertiliteit bij mannen.

De combinatie van al deze factoren maakt dat de ziekte leidt tot een verminderde levenskwaliteit en een verlaagde levensverwachting.

Opsporing en diagnostiek

De bedoeling van de neonatale opsporing van mucoviscidose is de detectie van ernstige vormen van mucoviscidose, en zo weinig mogelijk atypische vormen of dragerschap voor mucoviscidose. De opsporing verloopt in twee stappen. In een eerste stap wordt het immunoreactief trypsinogeen (IRT) gemeten in gedroogd bloed op het bloedkaartje. Dit gebeurt met een een fluoro-immunometrische test. Wanneer de waarde van de IRT hoger is dan percentiel 99 volgt als tweede stap een analyse op DNA waarbij 12 CFTR-mutaties worden nagekeken die in Vlaanderen de ernstige vorm van mucoviscidose veroorzaken. Als er één of twee mutaties gevonden worden is de screening positief en wordt de behandelende arts geïnformeerd om de pasgeborene te verwijzen naar een referentiecentrum voor mucoviscidose. Als geen mutatie wordt gevonden is de screening negatief, tenzij de IRT waarde hoger was dan percentiel 99.9. In dat laatste uitzonderlijke geval wordt een nieuwe IRT bepaling georganiseerd op dag 21. Indien deze IRT hoger is dan percentiel 99 is de screening positief.

Na een positieve screening dient de pasgeborene verwezen te worden naar een referentiecentrum voor mucoviscidose, waar de diagnose gesteld wordt met een zweettest die op gestandaardiseerde manier wordt uitgevoerd. Bij een positieve zweettest wordt de diagnose van mucoviscidose gesteld en volgt confirmerend DNA-onderzoek, behandeling in het referentiecentrum voor mucoviscidose en genetische counseling. De zweettest kan ook normaal zijn, bijvoorbeeld bij dragers van een CFTR mutatie. De meeste dragers zullen echter niet opgespoord worden met de neonatale screening. Dragers worden verwezen voor genetische counseling.

Behandeling en opvolging

Zodra de diagnose gesteld wordt, wordt de behandeling gestart. De pancreasinsufficiëntie wordt opgevangen door toediening van pancreasfermenten, een aangepast dieet en vetoplosbare vitaminen. Dit verbetert de voedingstoestand wat een aangetoond gunstig effect heeft op het behoud van een goede longtoestand. 

De respiratoire therapie, die ook dadelijk wordt opgestart, bestaat uit slijmverdunnende therapie (nebulisatie van hypertoon zout en/of rhDNAse) in combinatie met dagelijkse drainagetechnieken om de secreties uit de luchtwegen te verwijderen, en optimale neushygiëne. Langdurige antibioticatherapie oraal, dan wel onder verneveling, behoort regelmatig tot de basisbehandeling van deze patiënten.

Opvolging van deze patiënten vindt plaats in 1 van de 7 CF-referentiecentra in België . Dit omvat een multidisciplinaire aanpak, met het oog op elk systeem dat faalt bij deze multi-orgaanziekte. Bovendien komen er nieuwe therapieën aan die ingrijpen op het basisdefect.

Argumenten voor bevolkingsonderzoek naar deze aandoening

Mucoviscidose of cystische fibrose (CF) is de meest frequent voorkomende, levensbedreigende, aangeboren, autosomaal recessief overerfbare, ziekte.

Mucoviscidose is bij de meeste artsen in Vlaanderen voldoende gekend. Met uitzondering van baby’s die zich met meconiumileus (MI) presenteren wordt de diagnose nochtans zelden voor de wenselijke leeftijd van 2 maanden gesteld, omdat de klachten bij veel kinderen in het eerste levensjaar vaak aspecifiek zijn.

De mediane leeftijd bij overlijden is de afgelopen decennia gestegen en bedraagt op dit ogenblik 38 jaar. De behandeling is intensief en tijdrovend (ongeveer 2 uur/dag). Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat diagnose voor de leeftijd van 2 maanden zorgt voor een betere prognose: de behandeling is minder zwaar, de ziekte verloopt minder snel, en de patiënten leven langer.

Het doel van neonatale screening voor mucoviscidose is dus de diagnose te stellen voor de leeftijd van 2 maanden en zo de prognose van deze ziekte te verbeteren.

Genetica

Mucoviscidose is een autosomaal recessief overerfbare aandoening. Het herhalingsrisico binnen het gezin is 1:4 voor elke zwangerschap.  Preconceptionele en prenatale diagnostiek is beschikbaar