Hoe verloopt het onderzoek?

Minstens 72 en hoogstens 96 uur na de geboorte worden enkele druppels bloed uit de rug van het handje van je baby geprikt. Ze worden op een speciaal kaartje opgevangen dat nadien naar een erkend screeningscentrum gaat.

Je kan het bloedstaal laten afnemen in het ziekenhuis of door je vroedvrouw thuis. Bij thuisbevallingen of poliklinische bevallingen voert meestal je vroedvrouw de bloedprikje uit.

De vroedvrouw die het bloedstaal afneemt, vraagt jou vooraf of je voldoende geïnformeerd bent over het bevolkingsonderzoek en over het beschermen van jouw persoonsgegevens (en die van je baby) en vraagt je mondelinge toestemming voor deelname. De vroedvrouw noteert die op de achterkant van het bloedkaartje. Toestemming geven betekent dat alle 12 ziektes zullen worden opgespoord. Je kan niet kiezen om maar een deel te laten opsporen.

Voor prematuren en zieke pasgeborenen wordt een aangepaste werkwijze gebruikt.