Ontstaan en preventie

De term "aangeboren aandoening" wordt gebruikt voor een groot aantal aandoeningen en ziekten waarmee kinderen kunnen worden geboren. Ze worden vaak ook "congenitale aandoeningen" genoemd. Sommige zijn erfelijk en ontstaan al op het moment van de bevruchting. Andere zijn niet erfelijk, maar het gevolg van een toevallige mutatie of een samenloop van omstandigheden tijdens de zwangerschap en de ontwikkeling van het embryo of de foetus.

In Vlaanderen worden elf aangeboren aandoeningen en ziektes vroegtijdig opgespoord. Het gaat om zeldzame, maar ernstige aandoeningen waarvan bij een pasgeborene meestal nog niets te merken valt. De elf aandoeningen worden opgespoord met een bloedstaal dat binnen de vier dagen na de geboorte wordt afgenomen.